LS&R 1608

Het aanbrengen van een klein etiket bij parallelimport is geen ompakking

Hof van Justitie EU 17 mei 2018, LS&R 1608; ECLI:EU:C:2018:322 (Junek Europ-Vertrieb tegen Lohmann & Rauscher International), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/het-aanbrengen-van-een-klein-etiket-bij-parallelimport-is-geen-ompakking

Prejudiciële gestelde vraag HvJ 17 mei 2018, IEF 17697; LS&R 1608; ECLI:EU:C:2018:322 (Junek Europ-Vertrieb tegen Lohmann & Rauscher International). Merkenrecht. Uitputting. Lohmann & Rauscher International is houder van het Uniemerk “Debrisoft” (nr. 8852279). Junek Europ-Vertrieb is gevestigd in Oostenrijk en verhandelt in Duitsland via parallelimport medische hulpmiddelen van Lohmann & Rauscher International. Junek Europ-Vertieb heeft op de doos een klein etiket aangebracht met hun contactgegevens, een streepjescode en een centraal farmaceutisch nummer. Het etiket maakte het merk van Lohmann & Rauscher International niet onzichtbaar. Er is geen sprake van ompakking, omdat de oorspronkelijke verpakking van het betrokken medisch hulpmiddel verder niet is geopend. De houder van een merk kan zich niet ertegen verzetten dat een medisch hulpmiddel in zijn oorspronkelijke binnen‑ en buitenverpakking verder wordt verhandeld door een parallelimporteur, wanneer deze een klein etiket heeft aangebracht. De aan het merk verbonden rechten zijn uitgeput.

LS&R 1607

22 mei - Jurisprudentielunch privacy en persoonsgegevens

, LS&R 1607; http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/22-mei-jurisprudentielunch-privacy-en-persoonsgegevens-1

Wanneer heeft een gegeven betrekking op een persoon? En wanneer niet? Hoe stelt het Hof van Justitie dat eigenlijk vast? Prof. mr. Peter Blok neemt u - onder genot van een lekker broodje en drankje - mee in de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak over privacyrecht. De GDPR treedt deze maand in werking, dus dit is de perfecte gelegenheid voor een update en schets over wat er na 25 mei a.s. kan gebeuren. Schrijf u meteen in voor de Jurisprudentielunch privacy en gegevensbescherming op dinsdag 22 mei 2018.

LS&R 1606

Ook andere vormen van pemetrexed vallen binnen de beschermingsomvang

Hof Den Haag 8 mei 2018, LS&R 1606; (Lilly tegen Fresenius; Lilly tegen Teva), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/ook-andere-vormen-van-pemetrexed-vallen-binnen-de-beschermingsomvang

Hof Den Haag 8 mei 2018, IEF 17690; LS&R 1606 (Lilly tegen Fresenius); (Lilly tegen Teva) Octrooirecht. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep (IEF17211; LS&R1523). Lilly brengt onder meer het kankergeneesmiddel Alimta® op de markt en is houdster van EP 1 313 508 (EP 508). Het actieve bestanddeel in Alimta® (na oplossing) bestaat uit pemetrexed anionen. In Alimta® zijn de anionen gebonden aan natriumionen en wordt daarmee het pemetrexed dinatriumzout gevormd. Binnen Europa lopen verschillende procedures tussen Lilly en aanbieders van generieke varianten van Alimta®, waaronder Fresenius en Teva. Het was voor de vakman duidelijk dat ook andere vormen van pemetrexed binnen de bredere uitvindingsgedachte van EP 508 vielen, terwijl de beschrijving geen aanleiding gaf te veronderstellen dat er voor de octrooihouder een technische reden was zich niettemin tot de dinatrium zoutvorm te beperken. Derden mochten niet veronderstellen dat Lilly vanwege een technische reden bewust voor pemetrexed dinatrium heeft gekozen. Het pemetrexed dizuur met tromethamine in het product van Teva / Fresenius moet worden beschouwd als technisch equivalent aan pemetrexed dinatrium.

LS&R 1605

Nuud mag niet benadrukken dat aluminium in deodorant borstkanker en Alzheimer veroorzaakt

27 mrt 2018, LS&R 1605; Dossiernr. 2018/00023/A (Nuud deodorant), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/nuud-mag-niet-benadrukken-dat-aluminium-in-deodorant-borstkanker-en-alzheimer-veroorzaakt

RCC 27 maart 2018, RB 3129; Dossiernr. 2018/00023/A (Nuud deodorant) Dossiernr. 2018/00023 Aanbeveling (Subjectieve normen, Misleiding). Het betreft de volgende uitingen voor Nuud deodorant: A.Tekstgedeeltes op de website www.nuud.care. B. Het filmpje met als titel “Kun jij jouw deodorant eten?” dat is te zien op de website www.nuud.care en op Facebook, YouTube en Vimeo. In dit filmpje wordt door verschillende personen terwijl zij een beetje uit een tubetje Nuud op etenswaren doen en deze vervolgens opeten. De klacht: In haar uitingen citeert Nuud selectief en verspreidt zij misleidende informatie, waarin een verband wordt gelegd tussen deodorantgebruik en borstkanker en Alzheimer. Om haar eigen deodorant aan te prijzen suggereert Nuud dat alle andere deodorant slecht is. Door onafhankelijke instanties is echter geconcludeerd dat deodorant veilig is. Klager verwijst in dit verband naar de op hun websites weergegeven (en door klager overgelegde) standpunten van KWF (tab “Deodorant en borstkanker”, titel “Deodorant is veilig”) en van Borstkankervereniging Nederland (“Geen bewijs voor verband deodorant en borstkanker”), waaruit blijkt dat niet is bewezen dat deodorant borstkanker of Alzheimer veroorzaakt. Met de misleidende informatie maakt Nuud mensen ten onrechte bang voor ernstige ziekten.

LS&R 1604

Gebruik verklaringen reumatologen om werking crème te bewijzen is oneerlijk

28 feb 2018, LS&R 1604; Dossiernr. 2018/00069 (BeezMax), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/gebruik-verklaringen-reumatologen-om-werking-cr-me-te-bewijzen-is-oneerlijk

RCC 28 februari 2018, RB 3130; Dossiernr. 2018/00069 (BeezMax) Aanbeveling met ALERT (Misleiding). De bestreden reclame-uiting betreft een op Facebook getoonde en op de website www.mysupplelegs.com geplaatste uiting waarin het product BeezMax crème wordt aangeprezen. Met de BeezMax crème zou elke aandoening van de gewrichten of wervels kunnen worden behandeld en zou een patiënt een volledig gezond persoon maken, in plaats van de symptomen tijdelijk onderdrukken zoals het geval is bij de meeste medicijnen. Dit wordt in de reclame beweerd door drie bij naam genoemde “reumatologen”, die verbonden zijn (geweest) met de Nederlande Vereniging voor Reumatologen. De klacht: In de uiting, waarin valse beloftes worden gedaan, worden de namen van klaagster en twee van haar collega-reumatologen genoemd, hoewel zij daarvan niet op de hoogte zijn gesteld en daarvoor zeker geen toestemming hebben gegeven. De foto’s in de uiting zijn niet van de genoemde personen. Klaagster stelt dat de namen van haar en haar collega’s alsmede de uitspraken die zij zogenaamd zouden hebben gedaan uit de uiting moeten worden verwijderd. Dat geldt ook voor de naam van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR), waarvan klaagster vicevoorzitter is.

Het oordeel van de Commissie

1. In de uiting wordt BeezMax crème onder meer aangeprezen als “innovatieve remedie”, waarmee “elke aandoening van de gewrichten of wervels kan worden behandeld”, die “de pijn elimineert en tegelijkertijd gezonde gewrichten bevordert” als gevolg waarvan “een patiënt een volledig gezond persoon wordt”. De beweringen dat BeezMax de beschreven werking heeft, worden in de uiting toegeschreven aan twee bij naam genoemde Nederlandse reumatologen, onder wie klaagster, terwijl van een derde genoemde Nederlandse reumatoloog wordt gezegd dat zij als “voormalige voorzitter van de Vereniging voor Reumatologie”  eerdere toelating van BeezMax in Nederland uit persoonlijke (zakelijke) motieven heeft tegengehouden.

2. Klaagster ontkent dat zij en/of haar twee collega-reumatologen de aan hen toegeschreven uitspraken hebben gedaan of toestemming hebben gegeven voor het in de uiting opnemen van hun namen. Ook de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, waarvan klaagster vicevoorzitter is, mag volgens haar niet in de uiting worden genoemd.

3. De Commissie acht aannemelijk geworden dat de in de uiting weergegeven mededelingen en uitspraken over het product BeezMax niet daadwerkelijk afkomstig zijn van de drie met naam en toenaam genoemde reumatologen. In de eerste plaats geldt dat adverteerder de stellingen van klaagster niet heeft weersproken. Verder heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat op de in de uiting opgenomen foto’s niet de genoemde reumatologen zijn afgebeeld, hoewel in de uiting wel die indruk wordt gewekt. Voorts heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat de uiting met dezelfde inhoud – tekst en foto’s – ook in het Italiaans is gepubliceerd, waarbij alleen de namen van de Nederlandse reumatologen zijn vervangen door Italiaanse namen, van wie er twee waren of zijn verbonden aan de “associazione dei reumatologi”.

4. Door in de uiting in strijd met de waarheid de indruk te wekken dat het product BeezMax als effectief middel bij elke aandoening van de wervels en de gewrichten wordt aangeprezen door reumatologen en de (Nederlandse) Vereniging voor Reumatologie, heeft adverteerder gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Deze handelwijze zal het economische gedrag van de gemiddelde consument op wie de reclame is gericht ernstig (kunnen) verstoren. Het is immers aannemelijk dat de consument die op zoek is naar een werkzaam middel door de suggestie dat de reumatologen achter het product BeezMax en de daaraan toegeschreven werking staan, ertoe wordt gebracht het product aan te schaffen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de bestreden uiting oneerlijk is in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie bovendien aanleiding om haar uitspraak door middel van een Alert onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

5. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken en zal deze beslissing als Alert laten verspreiden.

LS&R 1603

Heraanbesteding pacemakers en ICD's

Rechtbank Den Haag 26 apr 2018, LS&R 1603; (Medtronic; Boston Scientific tegen de Ziekenhuizen), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/heraanbesteding-pacemakers-en-icd-s

Vzr. Rechtbank Den Haag 26 april 2018, LS&R 1603; ECLI:NL:RBDHA:2018:4954; ECLI:NL:RBDHA:2018:4955 (Medtronic; Boston Scientific tegen de Ziekenhuizen) Aanbesteding pacemakers en ICD's. Technische specificaties.Plafondprijs.Strijd met aanbestedingsplicht. Bepaalbaarheid opdracht.Disproportionele bepalingen in algemene voorwaarden. Strijd met WMG en GMH. Uit 4955: Clusterverbod.Gunningscriterium. Technische specificaties. Toepasselijkheid en proportionaliteit algemene (paritaire) voorwaarden. Geldigheid eis. Aanbestedingsplicht.Bepaalbaarheid opdracht. Strijd met WMH en GMH. De voorzieningenrechter gebiedt de Ziekenhuizen de aanbesteding onmiddellijk te staken en gestaakt te houden; en gebiedt de Ziekenhuizen om over te gaan tot (één of meer) heraanbesteding(en) overeenkomstig het Europese aanbestedingsrecht, voor zover zij de raamovereenkomsten en daaruit voortvloeiende opdracht(en) nog willen vergeven.

LS&R 1601

Conclusie AG: Geen ABC voor werkzame stoffen die niet specifiek en precies identificeerbaar in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi zijn vermeld

Hof van Justitie EU 25 apr 2018, LS&R 1601; ECLI:EU:C:2018:278 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/conclusie-ag-geen-abc-voor-werkzame-stoffen-die-niet-specifiek-en-precies-identificeerbaar-in-de-bew

Conclusie AG HvJ EU 25 april 2018, IEF 17654; IEFbe 2558; LS&R 1601; C-121/17; ECLI:EU:C:2018:278  (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences) Octrooirecht – Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen – Verordening (EG) nr. 469/2009 – Artikel 3, onder a) – Voorwaarden voor verkrijging – Product beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi – Beoordelingscriteria. Conclusie AG:

„Artikel 3, onder a), van [ABC-Vo] staat in de weg aan de afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor werkzame stoffen die niet in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi zijn vermeld. Het feit dat een stof of samenstelling onder de beschermingsomvang van het basisoctrooi valt, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde om te worden beschouwd als een product dat wordt beschermd door een octrooi in de zin van artikel 3, onder a), van verordening nr. 469/2009. Een product wordt beschermd door een octrooi in de zin van artikel 3, onder a), van die verordening indien het op de prioriteitsdatum van het octrooi voor de vakman vanzelfsprekend was dat de betrokken werkzame stof specifiek en precies identificeerbaar was in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi. Wanneer het om een combinatie van werkzame stoffen gaat, moet elke werkzame stof van die combinatie specifiek en precies alsook afzonderlijk identificeerbaar zijn in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi.”

LS&R 1600

Evaluation of the EU blood and tissues and cells legislation

ec.europa.eu: The Commission is currently carrying out an evaluation of the EU blood and tissues and cells legislation. This is the first formal evaluation of this legislation since the adoption of the basic Acts in 2002 (blood) and 2004 (tissues and cells). This evaluation is in line with the Commission’s Better Regulation Package and aims to assess whether the legislation has achieved its original objectives and whether it is still fit for purpose. The evaluation will consist of several steps starting with a Roadmap and including a study by an external contractor and extensive consultation of stakeholders. The final evaluation report is expected to be published by the end of 2018. Road map and stakeholder consultation

LS&R 1598

Geen plaats voor verlening van een ABC voor een combinatieproduct nu voor eerste werkzame stof al een ABC is verleend

Rechtbank Den Haag 10 apr 2018, LS&R 1598; ECLI:NL:RBDHA:2018:4081 (Schering tegen Octrooicentrum NL), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/geen-plaats-voor-verlening-van-een-abc-voor-een-combinatieproduct-nu-voor-eerste-werkzame-stof-al-ee

Rechtbank Den Haag 10 april 2018, IEF 17642; LS&R 1598; ECLI:NL:RBDHA:2018:4081 (bedrijf tegen Octrooicentrum NL) Octrooi EP0720599B1. Aanvullend beschermingscertificaat (ABC) combinatieproduct. Uit de door het HvJ EU gegeven uitleg aan artikel 3 in Actavis/Sanofi en Actavis/Boeringer volgt dat in deze situatie, waarin het combinatieproduct bestaat uit enerzijds een werkzame stof die als zodanig (‘as such’) wordt beschermd door het basisoctrooi en het voorwerp (‘subject matter’) uitmaakt van de geoctrooieerde uitvinding en anderzijds uit een werkzame stof - deel uitmakend van een niet gelimiteerde groep biosyntheseremmers - die niet als zodanig wordt beschermd door datzelfde basisoctrooi en niet het voorwerp van de uitvinding vormt, geen plaats is voor verlening van een ABC voor het combinatieproduct, nu voor de eerste werkzame stof op basis van een eerdere handelsvergunning al een op hetzelfde basisoctrooi gegrond ABC is verleend. De rechtbank verwijst in het bijzonder naar par. 36-38 van Actavis/Boehringer en de verwijzing daarin naar par. 41 en 30 in Actavis/Sanofi.

LS&R 1597

Opzegging service- en beëindiging licentieovereenkomst CLIPS-peptides

Rechtbank Den Haag 18 apr 2018, LS&R 1597; ECLI:NL:RBDHA:2018:4422 (Bicycle Therapeutics tegen Pepscan), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/opzegging-service-en-be-indiging-licentieovereenkomst-clips-peptides

Rechtbank Den Haag 18 april 2018, IEF 17632; 1597; ECLI:NL:RBDHA:2018:4422 (Bicycle Therapeutics tegen Pepscan) Samenwerking. BT heeft Pepscan benaderd om een licentieovereenkomst (PLA) en serviceovereenkomst (FSA) te krijgen voor de exclusieve leverantie van CLIPS-peptides. Licentienemer BT heeft FSA (waarin exclusieve leverantie CLIPS-peptides ten gunste van octrooihouder was opgenomen) opgezegd conform opzeggingsbepaling. Vervolgens heeft octrooihouder PLA beëindigd wegens wanprestatie licentienemer. In geschil is of beëindiging PLA terecht is. Uitleg artikel 3.2 PLA waarin is opgenomen dat partijen te goeder trouw moeten onderhandelen over totstandkoming FSA. Haviltex. Taalkundige uitleg: nadat FSA is gesloten, is dit artikel uitgewerkt. Geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan andere dan taalkundige uitleg prevaleert, te weten dat de PLA is gesloten onder de voorwaarde dat de octrooihouder exclusief leverancier zou zijn en blijven. Geen wanprestatie licentienemer op basis van dit artikel. Wel voorshands aannemelijk dat licentienemer geheimhoudingsclausule heeft geschonden en dat octrooihouder PLA op deze grond mocht beëindigen. BT wordt toegelaten tegenbewijs te leveren.

LS&R 1596

Werkgroep EPD ziet mogelijkheden in toevoegen relevante gegevens aan EPD

De DCRF Werkgroep EPD (elektronisch patiëntendossier) houdt zich bezig met de kwaliteit en beschikbaarheid van vastgelegde gegevens voor klinische studies en wil waar nodig knelpunten op dit gebeid verbeteren. De werkgroep kijkt ook naar de mogelijkheden die het EPD biedt. Een van die mogelijkheden is het uitbreiden van het EPD met relevante gegevens. Met een nieuw project gaan de leden van de werkgroep na wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot het uitbreiden van het EPD met additionele data en wat de knelpunten hierbij zijn. Lees verder

LS&R 1595

Rapport DCRF Werkgroep Werving Proefpersonen

, LS&R 1595; http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/rapport-dcrf-werkgroep-werving-proefpersonen

Adviesrapport Patiëntvriendelijke toegang tot informatie over  medisch-wetenschappelijk onderzoek Mei – December 2017. De DCRF Werkgroep Werving Proefpersonen heeft laten onderzoeken hoe informatie over medisch-wetenschappelijk onderzoek beter toegankelijk kan worden voor patiënten. De uitkomsten van de peiling zijn vastgelegd in het Adviesrapport ‘Patiëntvriendelijke toegang tot informatie over medisch-wetenschappelijk onderzoek’. Het rapport is gepubliceerd op de website van de DCRF. Lees verder

LS&R 1594

Blog Paul Korte: Tech en medicijnen

‘De werelden van geneesmiddelen en gezondheidstechnologie komen steeds dichter bij elkaar’, zei Frans van Houten, topman bij Philips en commissaris bij ons lid Novartis, maandag in Het Financieele Dagblad. Hij slaat de spijker op zijn kop.  Lees verder

LS&R 1593

Fulvestrant formulation-octrooien toch niet inventief

Rechtbank Den Haag 11 apr 2018, LS&R 1593; ECLI:NL:RBDHA:2018:4127 (Sandoz tegen Astrazeneca), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/fulvestrant-formulation-octrooien-toch-niet-inventief

Rechtbank Den Haag 11 april 2018, IEF 17615; LS&R 1593; ECLI:NL:RBDHA:2018:4127 (Sandoz tegen Astrazeneca) Octrooirecht. AstraZeneca is houdster van EP 1 250 138 B2 en EP 2 266 573 die behoren tot de octrooifamilie "Fulvestrant formulation" en een preparaat NL 1 1017 075 C2. Anders dan de rechtbank met een inbreukverbod en gebod tot verwijdering uit de G-standaard [IEF 16152] en door het Hof bekrachtigd [IEF 17231]), oordeelt de bodemrechter dat deze octrooien niet inventief zijn. Vakman zou op zoek gaan naar formulering waarvan hij weet dat klinische tests goede resultaten gaven, zou tweede document vinden en met redelijke verwachting van succes formulering daar genoemd testen. De rechtbank vernietigt het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 138 en EP 573 en verklaart voor recht dat het Nederlandse octrooi NL 075 sinds 11 februari 2015 niet de in de artikelen 53, 53a, 71 en 73 ROW bedoelde rechtsgevolgen heeft.

LS&R 1591

Jaarverslag CGR 2017

In dit jaarverslag worden de activiteiten van de Stichting CGR in 201 7 belicht . 2017 in vogelvlucht:
Interne evaluatie CGR
Jaarbijeenkomst met NVFM
IGJ onderzoeksrapport Transparantieregister Zorg
Beleidsregels gunstbetoon
Medische Hulpmiddelen
Stimulering van congresorganisaties

 

LS&R 1590

Vorderingen in aangehouden hoofdzaken afgewezen omdat octrooi vernietigd is in bodemprocedure

28 mrt 2018, LS&R 1590; ECLI:NL:RBDHA:2018:3456 (ICOS tegen Teva/Sandoz/Mylan), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/vorderingen-in-aangehouden-hoofdzaken-afgewezen-omdat-octrooi-vernietigd-is-in-bodemprocedure

Vzr. Rechtbank Den Haag 28 maart 2018, IEF 17594; LS&R 1590; ECLI:NL:RBDHA:2018:3456 (ICOS tegen Teva/Sandoz/Mylan) De hoofdzaken zijn aangehouden totdat een eindvonnis zou zijn gewezen in de meervoudige bodemprocedure [IEF 17551]. In bodemprocedure is octrooi vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit, de vorderingen hoofdzaken in deze kort gedingzaken daarom afgewezen.

LS&R 1589

Het nat verpakken en de niet-gasdoorlatende verpakking dragen gezamenlijk bij aan de oplossing van hetzelfde probleem

Hof Den Haag 27 mrt 2018, LS&R 1589; ECLI:NL:GHDHA:2018:513 (Coloplast tegen Medical4You), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/het-nat-verpakken-en-de-niet-gasdoorlatende-verpakking-dragen-gezamenlijk-bij-aan-de-oplossing-van-h

Hof Den Haag 27 maart 2018, IEF 17591; LS&R 1589; ECLI:NL:GHDHA:2018:513 (Coloplast tegen Medical4You) Coloplast is houdster van EP1145729B1 voor een gebruiksklaar urinekathetersamenstel (dochter van EP398). EP729 is gewijzigd in stand gelaten bij de EOB oppositiedivisie, maar in beroep bij de TKB zijn het (ook in de Nederlandse procedure voorliggende) hoofd- en hulpverzoek herroepen [zie eerder IEF 16484]. Het Hof komt tot een ander oordeel over de geldigheid van de aangepaste conclusies van EP729 dan de TKB. De TKB achtte het nat verpakken van een van coating voorziene katheter inventief aangezien D1 juist het gebruik van een hydrofiele coating afraadt. Zoals Medical4You terecht stelt: "Eenmaal op het spoor van het 'nat verpakken' is het vervolgens een one way street om te kiezen voor een dampdichte (gas impermeable) verpakking". Conclusie 1, alsmede de volgconclusies 2 t/m 6 en 11 van het octrooi - waarvan Coloplast niet heeft onderbouwd waarin de inventiviteit daarvan gelegen zou zijn, ontberen inventiviteit.

LS&R 1588

Afschrift van medisch dossier aan derde met onzichtbaar gemaakte passages

Rechtbank Gelderland 2 mrt 2018, LS&R 1588; ECLI:NL:RBGEL:2018:1156 (X tegen Stichting Sint Maartenskliniek), http://www.lifesciencesenrecht.com/artikelen/afschrift-van-medisch-dossier-aan-derde-met-onzichtbaar-gemaakte-passages

Rechtbank Gelderland 2 maart 2018, IT 2524; LS&R 1588; ECLI:NL:RBGEL:2018:1156 (X tegen Stichting Sint Maartenskliniek) Kort geding. Eindvonnis na tussenvonnis. Afgifte medisch dossier overleden patiënt. Artikel 7:457 BW. Passages uit het dossier mogen onzichtbaar worden gemaakt bij verstrekking van het medisch dossier aan derden. De voorzieningenrechter veroordeelt de Sint Maartenskliniek binnen één week na de datum van dit vonnis aan [eiser] afschrift van het bij haar aanwezige medisch dossier van (naam), waarin de door haar gemarkeerde passages onzichtbaar zijn gemaakt, aan de derde te verstrekken.